Raadsprogramma 2006-2010
De gemeenteraad vervult in het duale bestel als hoogste orgaan van de gemeente drie rollen, een volksvertegenwoordigende, een kaderstellende en een controlerende rol. Vanuit de kaderstellende rol wordt een globale raadsagenda geformuleerd, met als doel thema’s te benoemen die in de periode 2006-2010 tenminste aan de orde moeten komen. Deze thema’s hebben met name betrekking op lopende projecten, mede voortvloeiend uit de Toekomstvisie Woudenberg 2015. De raadsagenda bevat weinig nieuwe thema’s gelet op het vele beleid dat reeds in gang is gezet.
Om de raad een volwaardige rol als controleur te geven worden algemene kaders gegeven over de wijze waarop het college invulling heeft te geven aan de plicht tot het geven van inlichtingen en informatie en over de betrokkenheid van de raad bij de beleidsontwikkeling, de burgerparticipatie en de financiële verantwoording.
Voorts zal de raad met belangstelling kennisnemen van het collegeprogramma en de uitvoering van dit programma vanuit zijn kaderstellende en controlerende functie, actief volgen.
1. Beleidsthema’s
De volgende reeds in gang gezette projecten dienen verder te worden ontwikkeld en resultaat gericht (verder) tot uitvoering te worden gebracht:
- het centrumplan;
- De ontwikkeling van het Schansterrein;
- Het project De Camp;
- De afronding van Het Zeeland;
- De ontwikkeling van Het Groene Woud;
- Het bedrijventerrein, inclusief een goede verkeersontsluiting;
- De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO);
- De ontwikkeling van een adequaat economisch beleid, inclusief de thema’s toerisme en recreatie, conform het plan van aanpak;
- De profielschets voor een nieuwe gemeente, conform het plan van aanpak;
Op de raadsagenda staat voorts:
- De continuering van de aandacht voor vormen van vandalisme en criminaliteit;
- De continuering van lopend beleid, inclusief de daadwerkelijke effectuering daarvan;
- De continuering van de aandacht voor onveilige situaties die bedrijven met zich mee
kunnen brengen; - Aandacht voor waarden en normen die aansluiten bij het pluriforme karakter van Woudenberg;
- Het ontwikkelen van kaders voor de mogelijke bouw van een contingent woningen aan de oostzijde van Woudenberg;
- Aandacht voor het nog verder verbeteren van de dienstverlening van de gemeentelijke
organisatie; - Het ontwikkelen van kaders voor de beleidsvelden kunst en cultuur, sport en eventueel een geïntegreerd welzijnsbeleid (lokaal sociaal beleid).
2. Burgerparticipatie
De bevolking en de maatschappelijke organisaties dienen betrokken te worden bij de (verdere) ontwikkeling van genoemde beleidthema’s. Aard en vorm van burgerparticipatie kan per thema verschillen en dient per situatie te worden gekozen.
3. Betrokkenheid raad
Bij de (verdere) ontwikkeling van genoemde en andere beleidsthema’s dient de raad vroegtijdig betrokken te worden. Dat wil zeggen op een zodanig moment dat de raad invloed kan uitoefenen op de beleidsontwikkeling en er nog vrijheid is om een keuze te maken uit beleidopties. Het aan de raad voorleggen van kadernota’s, startnotities en plannen van aanpak zijn daarvoor goede instrumenten.
4. Verantwoording college
Deze verantwoording vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet. Het college geeft de raad alle inlichtingen die hij voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft en legt verantwoording af. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
- Actief, mondeling of schriftelijk;
- Eigener beweging of op uitnodiging;
- Openbaar, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang of in strijd is met de regels van privacybescherming.
5. Financiële verantwoording
Voor de financiële huishouding van de gemeente geldt:
- Uitgangspunt is een structureel sluitende begroting;
- In principe geen verhoging van de belastingdruk boven het inflatiepercentage;
- Bij het opstellen van de begroting zo min mogelijk werken met P.M.-posten; waar dat kan ramen en indien nodig onzekerheden benoemen en zo mogelijk marges aangeven;
- De ontwikkeling van de financiële huishouding wordt gevolgd middels een voorjaars- en najaarsrapportage en de jaarrekening;
- Het college dient zoals gebruikelijk strenge budgetbewaking te hanteren.
6. Vergaderstructuur
Om de betrokkenheid van de bevolking te vergroten en de betrokkenheid van de raad op het maatschappelijke veld nog verder te optimaliseren en het debat te verlevendigen dient een andere vergaderstructuur te worden geïmplementeerd, waarvan de hoofdlijn er als volgt uitziet:
- Het instellen van één raadscommissie, waarin alle beleidsterreinen aan de orde komen,
daarbij geldt het volgende:
- Alle raadsleden zijn lid van de commissie;
- Er is een ruime mogelijkheid voor inspreken;
- Er is een ruime mogelijkheid om van de portefeuillehouders informatie te verkrijgen;
- Zoveel mogelijk het politieke debat in de commissie;
- Alle vergaderingen vinden in het openbaar plaats, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet of strijdig is
met de regels van privacybescherming. - In de raadsvergadering is er, naast de besluitvorming, de mogelijkheid dat op uitnodiging een gastspreker (uit een maatschappelijke instantie of groepering), een portefeuillehouder of een ambtenaar een presentatie houdt over een relevant maatschappelijk onderwerp of een lopend of te starten project.
Deze wijze van vergaderen dient zorgvuldig te worden voorbereid en op praktische consequentie te worden bezien, inclusief de noodzakelijke aanpassing van de Reglementen van orde. Voor een goede invoering van de gewijzigde structuur is van groot belang dat zorgvuldig wordt gecommuniceerd en geïnformeerd. Zo mogelijk dient deze vergaderstructuur met ingang van september 2006 te worden geïmplementeerd.
De rol van het presidium beperkt zich tot die van agendacommissie. De voorzitter van de raad stelt na overleg met het presidium de voorlopige agenda van de raadsvergadering vast. Ook formuleert het presidium voorstellen aan de raad en initieert uitgaande stukken van de raad, die niet of bezwaarlijk door het college kunnen worden voorbereid. Inhoudelijke besprekingen worden in principe niet in het presidium gevoerd. De agenda van de commissie(s) wordt door de voorzitter(s) van de commissie vastgesteld na overleg met de griffier.
